Een reflectievraag is bruikbaar wanneer ze je helpt iets nauwkeuriger te zien. Vragen die beginnen met ‘waarom doe ik altijd…’ roepen snel verdediging op. Vragen naar een concrete situatie, behoefte of volgende stap geven meestal meer ruimte.
Vragen over richting
- Waar wil ik over zes maanden meer tijd aan besteden?
- Welke keuze stel ik uit omdat ik op volledige zekerheid wacht?
- Wat zou ik proberen als het resultaat niet perfect hoefde te zijn?
- Welke waarde wil ik in deze situatie zichtbaar maken?
Vragen over grenzen
- Waar zeg ik ja terwijl ik eigenlijk bedenktijd nodig heb?
- Welke afspraak met mezelf schuif ik als eerste opzij?
- Wat moet een ander weten om rekening met mijn grens te kunnen houden?
- Welk ongemak probeer ik te vermijden door niets te zeggen?
Vragen over samenwerking
- Welke verwachting heb ik nog niet expliciet uitgesproken?
- Wat zou de ander kunnen zien dat ik zelf mis?
- Wanneer luisterde ik vooral om te reageren?
- Wat is één concreet verzoek dat ik kan doen?
Van antwoord naar experiment
Kies na het schrijven één zin die blijft hangen. Vertaal die naar gedrag dat binnen zeven dagen zichtbaar kan worden. Bijvoorbeeld: ‘ik wil meer duidelijkheid’ wordt ‘ik vraag maandag wie het besluit neemt en wanneer’.
Zo gebruik je de vragen
Kies maximaal drie vragen tegelijk. Schrijf tien minuten zonder te redigeren en onderstreep daarna woorden die terugkeren. Sluit af met één actie, één gesprek of één onderwerp dat nog verder onderzoek nodig heeft.